DNS instellen doe je door de juiste DNS-records aan te passen in het configuratiepaneel van je domeinnaamregistrar of hostingprovider. DNS (Domain Name System) vertaalt een domeinnaam zoals “jouwwebsite.nl” naar een IP-adres, zodat browsers weten waar ze de bijbehorende server kunnen vinden. In dit artikel lees je welke records er zijn, hoe je ze aanpast en waar je op moet letten.
Wat zijn DNS-records en welke heb je nodig?
DNS bestaat uit verschillende recordtypes, elk met een eigen functie. De meest voorkomende zijn:
- A-record: koppelt je domeinnaam aan een IPv4-adres. Dit is het basisrecord voor bijna elke website. Voorbeeld: “jouwdomein.nl” verwijst naar “185.12.34.56”.
- AAAA-record: doet hetzelfde als een A-record, maar dan voor IPv6-adressen.
- CNAME-record: verwijst een subdomeinnaam naar een andere domeinnaam. Handig voor “www.jouwdomein.nl” die je wilt laten verwijzen naar “jouwdomein.nl”.
- MX-record: bepaalt welke mailserver e-mail voor jouw domein ontvangt. Zonder een correct MX-record werkt je e-mail niet.
- TXT-record: bevat vrije tekst, vaak gebruikt voor verificatie van diensten (zoals Google Search Console) of SPF-records voor e-mailbeveiliging.
- NS-record: geeft aan welke nameservers verantwoordelijk zijn voor jouw domein. Dit stel je in bij je domeinregistrar.
Voor een gewone website met e-mail heb je in de meeste gevallen een A-record, een MX-record en een CNAME voor “www” nodig. Welke exacte waarden je invult, krijg je van je hostingprovider of de dienst die je gebruikt.
Stap voor stap DNS instellen
Het aanpassen van DNS-records gaat meestal via het controlepaneel van je domeinregistrar (de partij waar je je domeinnaam hebt geregistreerd). Sommige providers combineren domeinregistratie en hosting, zodat je alles op één plek beheert. Anderen houden dit gescheiden.
- Log in bij je domeinregistrar of hostingprovider.
- Zoek de DNS-instellingen op. Dit heet soms “DNS-beheer”, “Zone-editor” of “DNS-zonebeheer”.
- Kies het recordtype dat je wilt toevoegen of aanpassen (A, CNAME, MX, TXT, enzovoort).
- Vul de naam in. Voor het hoofddomein gebruik je “@” of laat je het veld leeg. Voor een subdomein typ je bijvoorbeeld “www” of “mail”.
- Vul de waarde in. Dit is het IP-adres (bij een A-record) of de domeinnaam waar je naar verwijst (bij een CNAME).
- Stel de TTL in. TTL staat voor “Time to Live” en bepaalt hoe lang andere servers de instelling in hun cache bewaren. Een waarde van 3600 (één uur) is gangbaar. Verwacht je snel wijzigingen? Zet de TTL dan tijdelijk lager, bijvoorbeeld op 300 seconden.
- Sla op en wacht tot de wijziging is doorgevoerd.
Houd er rekening mee dat DNS-wijzigingen tijd nodig hebben om wereldwijd door te voeren. Dit heet DNS-propagatie. In de praktijk duurt dit vaak enkele minuten tot een paar uur, maar in sommige gevallen kan het tot 24 uur duren voordat iedereen de nieuwe instelling ziet.
Nameservers wijzigen: wanneer en hoe?
Soms wil je niet alleen losse records aanpassen, maar de volledige DNS-beheer overzetten naar een andere partij. Dat doe je door de nameservers (NS-records) aan te passen bij je domeinregistrar. Je hostingprovider geeft je dan twee of meer nameserveradressen, zoals “ns1.jouwprovider.nl” en “ns2.jouwprovider.nl”. Die voer je in bij je registrar, waarna alle DNS-instellingen vanuit die nieuwe plek worden beheerd.
Pas nameservers alleen aan als je zeker weet wat je doet. Als je nameservers wijzigt zonder de juiste records op de nieuwe locatie in te stellen, kan je website of e-mail tijdelijk onbereikbaar worden. Maak altijd een notitie van je huidige instellingen voordat je iets aanpast.
Veelgemaakte fouten bij het instellen van DNS
Een typfout in een IP-adres is de meest voorkomende fout. Controleer het adres altijd dubbel voordat je opslaat. Een andere valkuil is het vergeten van een punt aan het einde van een domeinnaam in CNAME-records; sommige systemen vereisen “jouwdomein.nl.” met een punt, andere niet. Kijk goed wat jouw provider verwacht.
Zet ook nooit twee A-records voor hetzelfde domein met verschillende IP-adressen in, tenzij je load balancing toepast en precies weet wat je doet. Dit kan leiden tot onvoorspelbaar gedrag waarbij de ene bezoeker wel en de andere geen verbinding krijgt.
Vergeet na het wijzigen ook je MX-records niet als je van hosting wisselt. E-mail valt buiten de webhosting en heeft zijn eigen DNS-instelling. Veel mensen vergeten dit, waardoor e-mail na een verhuizing plotseling niet meer aankomt.
DNS-instellingen controleren
Na het aanpassen wil je weten of de wijziging gelukt is. Dat doe je met een DNS-checker. Tools zoals “whatsmydns.net” of “dnschecker.org” laten zien welk IP-adres aan jouw domein gekoppeld is, gezien vanuit verschillende locaties wereldwijd. Zo zie je direct of de propagatie al is doorgevoerd en of de instelling klopt.
Op Windows kun je ook de opdrachtprompt gebruiken. Typ nslookup jouwdomein.nl en je ziet meteen het gekoppelde IP-adres. Op Mac en Linux werkt het commando dig jouwdomein.nl op dezelfde manier en geeft nog iets meer detail terug.
DNS instellen is eenmaal goed gedaan iets wat je zelden hoeft te herhalen. Neem de tijd om de juiste waarden van je provider op te vragen, noteer wat je aanpast en controleer achteraf of alles werkt. Dat scheelt veel gedoe achteraf.